Oprichting en expansie (1575-1672)

Willem van Oranje stichtte in 1575 de eerste universiteit van de Noordelijke Nederlanden.

Hoofdlijn

Een land
In 1568 rebelleerden de Lage Landen tegen de Spaanse overheersing en de dominante katholieke kerk. Deze Opstand was het begin van een tachtig jaar durende oorlog. Willem van Oranje was de rijkste en machtigste edelman van de Noordelijke Nederlanden. 

Van Oranje ontwikkelde zich tot leider van de protestanten. Daardoor kwam hij tussen twee vuren terecht. Want tegelijkertijd was Willem van Oranje stadhouder van Holland, Zeeland en Utrecht in naam van de Spaanse koning Philips II.

Een stad, een universiteit
In de rol van stadhouder kon Willem van Oranje de eerste universiteit stichten van de Noordelijke Nederlanden. Hij achtte Leiden ‘een bequame plaetse’. Die keuze was waarschijnlijk een beloning voor het succesvolle verzet van de stad tijdens het Spaanse ‘Beleg van Leyden’. Op de stichtingsoorkonde van de universiteit van 1575 staat nog het zegel van Philips II. De opstandige gewesten maakten zich definitief los van Spanje in het Placcaet van Verlatinghe van 1581. Ze verenigden zich enige jaren later in de Republiek. De dageraad van de Gouden Eeuw brak aan.


Bolwerk van vrijheid
Praesidium libertatis is het motto van de Universiteit Leiden. Dat betekent Bolwerk van de vrijheid. Het motto is ontleend aan de start van de Academia Lugduno Batava op 8 februari 1575. De protestante universiteit was een bolwerk van vrijheid in het katholieke Europa.
 
Gouden Eeuw
Bestuurder van het eerste uur was de ambitieuze Dousa. De Leidse Academie ontpopte zich in de Gouden Eeuw even sensationeel als de Republiek. Die kreeg zelfs de bijnaam 'het Wonder van Europa'. Pijlers onder het succes waren de
  • opzienbarende economische groei
  • vrijheid van het woord
  • culturele en wetenschappelijke bloei
Van heinde en ver
De Leidse Academie was de toonaangevende protestante universiteit van Europa. Studenten kwamen van heinde en ver naar het Academiegebouw aan het Rapenburg. Daar lag het accent op algemene vorming van een gestaag groeiend aantal studenten. De maatschappij in opbouw had behoefte aan die geschoolde mensen voor functies in kerk en staat.


           
 

Onderwijs

 

De grote drie faculteiten
Filosofie en Letteren behoorden tot de Artes Liberales, de vrije kunsten. Deze faculteit was een vooropleiding voor:
  1. Theologie
  2. Rechtsgeleerdheid
  3. Medicijnen
Revolutionair
Colleges en disputaties waren in het Latijn vanwege de internationale uitstraling. Theorie en praktijk hielden elkaar in balans. Voor studie konden studenten en docenten terecht in de Bibliotheek, de Hortus medicus, het Anatomisch theater en de Scherm- of Ingenieurschool. De Sterrewacht en het Collegium Medico-Practicum waren minstens zo revolutionair in de universitaire wereld.

Ingenieursschool
De opleiding tot militair ingenieur was een idee van prins Maurits. Hij stelde belang in goede vestingbouwers tijdens de Tachtigjarige Oorlog. Zijn adviseur Simon Stevin had in Leiden gestudeerd. Stevin moest een technisch vakkenpakket opstellen in de landstaal. Deze Nederduytsche Mathematique was uniek in Europa.


Onderzoek

Geleerden van naam en faam
De Academia Lugduno Batava bood zeer gunstige arbeidsvoorwaarden aan geleerden van naam en faam. De filoloog Lipsius, zijn opvolger Clusius zetten de jonge en nog onbetekende academie op de kaart. Deze wetenschappers volgden de rede van het humanisme van Erasmus.

Evenwichtspolitiek
Curatoren (toezichthouders) benoemden hoogleraren uit verschillende stromingen. Sterk uiteenlopende opvattingen zorgden echter voor grote onrust binnen de universiteit. Bij Theologie kreeg Arminius in 1604 een aanstelling tegen de zin van zijn collega, een fervent aanhager van de predestinatieleer.


Godsdienststrijd

Wat begon als een conflict op de universiteit groeide uit tot een nationale godsdienststrijd. Remonstranten stonden tegenover contra-remonstranten, ofwel de rekkelijken in de protestante leer tegenover preciezen. De laatsten kregen de steun van prins Maurits. De remonstrantse volgelingen van Arminius scheidden zich af van de Gereformeerde Kerk.


Studenten

Inschrijvingen

De 11-jarige Hugo de Groot uit Delft schreef zijn naam van 1594-1598 in het Album Studiosorum. Het 'Wonderkind van Europa' bevond zich in gezelschap van zo'n 100 medestudenten. Een halve eeuw later studeerde Christiaan Huygens in Leiden, samen met ongeveer 375 andere studenten. Totaal schreven zich in deze periode bijna 23.000 studenten in. Meer dan de helft was buitenlands. De vele Duitse studenten gingen terug na de Vrede van Munster, het einde van de Tachtigjarige Oorlog.

Studiebeurs
De kosten voor een studie waren hoog. Voor de lagere sociale milieus was studeren haalbaar door een systeem van beurzen. Veelbelovende jongeren kregen een studiebeurs van hun stad van herkomst. Daarmee konden ze terecht in het Staten College, een sober internaat bedoeld voor predikanten in spé.




Quartier Latin

Inwonen bij familie was een goedkope oplossing, een hospita of een pension een wat duurdere. Kost en inwoning bij een hoogleraar was ook een optie, soms met wel tien studenten. De rijke student betrok met zijn bedienden een leuk pandje aan het Rapenburg. Vrijwel allen woonden in de wijk rond de Pieterskerk, het Quartier Latin van Leiden. Een student kon makkelijk terecht bij zijn leermeester. Lipsius hield elke week open spreekuur. De band tussen student en docent was hecht.

Universiteit & stad

‘Ten algemeene nutte’
Vanaf het begin onderhield de universiteit een nauwe band met de stad. Drukkerijen en boekverkopers  kwamen naar Leiden en brachten de burgers boeken en banen. De Bibliotheek was ‘ten algemeene nutte’. De Hortus medicus was bedoeld voor alle inwoners van Leiden. Het Anatomisch theater hield 's-zomers zelfs een speciale publiekstentoonstelling. 's-Winters figureerden de lijken op de snijtafel tijdens de anatomische les. De Scherm- of Ingenieursschool stoomde vestingbouwers klaar.

Privileges - Vierschaar’
Minder goed te spreken was het stadsbestuur over de Vierschaar’. Deze universitaire rechtbank betekende een staatje in de stad. De eigen rechtspraak was één van de privileges voor de universitaire gemeenschap. Verder genoten professoren en studenten vrijdom van tollen, inkwartiering, schuttersplicht en diverse belastingen, zoals de vrijdom van bier- en wijnaccijns

Belastingvrij drinken
Hoogleraren waren bereid te staken om de vrijdom van bier- en wijnaccijns te behouden. Inderdaad bleef de aanschaf van bier en wijn per vat onbelast. Sterker nog, de minder kapitaalkrachtige student mocht van het stadsbestuur voortaan een belastingvrij glaasje drinken. Hij hoefde daarvoor niet een heel vat aan te schaffen.

Laatst Gewijzigd: 04-11-2009